Dit kind luistert niet
Spelobservatie met video bij diagnostisch onderzoek naar contactstoornissen bij kinderen.
Tom Meulemans en Odra Buijs
De enige manier om de wereld te begrijpen, zie Magnus ooit, is door een verhaal te vertellen. De wetenschap, zei Magnus, brengt alleen kennis van de werking van de dingen, verhalen brengen begrip.
(Uit: Marcel Möring, 1997, In Babylon, p. 85)
Ouders vertellen altijd verhalen als zij de problemen in het contact met hun kinderen weergeven. De hulpverlening kent de begrippen. De DSM-IV somt de problemen op en stelt een mogelijke diagnose PPD-NOS. Voordat je het weet is ook de samenwerking met de ouders een probleem en ga je op zoek naar de oorzaak ervan: vader is ook niet zo spraakzaam, tussen de ouders botert het niet geweldig. Vaak laat een psychologische test geen duidelijke uitvallers zien, dan rest er niet veel meer dan een notitie in het dossier: uitgestelde diagnose, ofwel kom over een jaar nog maar eens terug. De ouders krijgen het advies om duidelijker of juist soepeler te zijn voor hun kind. Zo krijgen ze nog eens bevestigd wat de familie en de buurt al zo vaak zei: het schort aan de opvoeding.
Als de anamnese en gesprekken met de ouders en/of een psychologische test onvoldoende duidelijkheid bieden worden ouders, soms op advies van school of hulpverlening, voor een spelobservatie of speltherapie naar onze praktijk doorverwezen. Aan de telefoon omschrijven ze het probleem vaak nog in termen van hij luistert niet. Als de inschatting is dat mogelijke contactstoornissen een rol spelen, is het voorstel aan de ouders meestal om met behulp van een video-opname tot aanvullende beeldvorming te komen. We maken dan een opname van één spelsessie, soms zijn twee opnames nodig. Soms hebben ouders nog oude video-opnames of een band van een eerdere video-hometraining. Wij kijken vervolgens samen met de ouders naar de videobeelden van de eerste spelsessie.
In het eerste fragment staart hun zoon van 9 jaar verdwaasd in de ruimte en vertelt monotoon en met veel mondbewegingen een verhaal over de fáá-ráá-óó. Odra (de therapeut) vertelt de ouders met een concreet voorbeeld voor zich, hoe zij daar steeds meer toeschouwer en toehoorder was, die belangstellende vragen mocht stellen, maar zich vooral niet mocht mengen in het verhaal. Ze had het gevoel er voor niks tussen te zitten. Kijkend naar de onverstoorbare blik van hun kind –in close-up en als stilstaand beeld is het een vertederende foto- komen de ouders onmiddellijk met hun eigen verhalen, want wat hier te zien is hebben ze al heel vaak meegemaakt.
De toon is gezet: de selectie van de beelden nodigt niet alleen de therapeut maar ook de ouders uit het spel van hun zoon te benoemen als bijzonder. Het is anders dan anders, maar er ligt geen probleem meer op tafel. Het is een boeiend, mooi en begaafd kind; alleen lijkt het of jij als gesprekspartner van het kind er niet helemaal bij hoort. Dat herkennen de ouders en in dezelfde toon vertellen ze hún verhalen en hoe vaak zíj het gevoel hebben er niet bij te horen.
Video-interactieanalyse van de spelsituatie
als diagnostisch middel en begeleidingsinstrument voor de ouders.
Vanuit de ontwikkeling van de video-hometraining is er een algemeen toepasbare methodiek ontstaan, die met behulp van de videocamera het focus richt op de analyse van de interactie: in het ziekenhuis tussen verpleging en patiënt, op het consultatiebureau tussen arts en cliënt of op school tussen leerkracht en leerling. Maar ook als feedbackmiddel voor professionals in de hulpverlening of het management. In dit artikel wordt de video-interactieanalyse als diagnostisch middel gebruikt in het beeldvormingsproces over kinderen: vanuit de vraag of er sprake is van een contactstoornis, hechtingsproblematiek of problemen vanuit de omgeving of de opvoeding. En omdat het om de interactie gaat is de videoanalyse tevens een begeleidingsinstrument naar de ouders: video-interactiebegeleiding: VIB. Hier beschrijven wij de toepassing van VIB in combinatie met spelobservatie.
Een spelobservatie wordt vaker gehanteerd als diagnostisch middel, aanvullend bijvoorbeeld op een intelligentietest en een persoonlijkheidsonderzoek. De focus is hierbij meestal de betekenis van de inhoud van het spel. Wanneer die therapeutische spelcontacten door de videocamera worden gevolgd vanuit de methodiek van de VIB komt er een extra dimensie bij: met name in die gevallen waarin de vraagstelling op het gebied van de interactie ligt. Interactie is daarbij een heel breed gebied. Het gaat over het zenden of ontvangen van boodschappen over en weer, over emotionele uitwisseling, over intentionele gerichtheid van handelen, over iets met opzet doen, over gevoeligheden voor stemming, over niet kunnen of niet willen. Het lijken vage dingen, die onder andere met behulp van de contactprincipes uit de VIB zoals attent zijn, oogcontact, beurten geven, benoemen, leiding geven, concreet aanwijsbaar en bespreekbaar worden.
Informatie over contactstoornissen d.m.v. een spelobservatie
Vrij therapeutisch verkennen van spel en spelcontact
Een therapeutische spelsituatie leent zich heel goed voor een observatie. Er is geen strikte sociale controle. In de spelkamer zijn de regels van alledag slechts beperkt geldig. De therapeut kan uitnodigend en vriendelijk zijn en de grenzen die gesteld worden dienen slechts de veiligheid van het kind, de therapeut en de relatie.
Al deze dingen: de vrije situatie met weinig grenzen, een onbekende persoon, samen regels opstellen voor de situatie, zijn contactueel heel gecompliceerde dingen. Als je hier middels video nauwkeurig naar kunt kijken, levert deze situatie voor de beeldvorming veel belangrijke informatie.
Het kind pakt spelmateriaal uit de kast en maakt een opstelling in de zandbak. Odra blijft zorgvuldig benoemen wat het speelt. Zij kijkt het kind aan, zoekt oogcontact. Hij staart je aan alsof hij naar de achterkant van je ogen kijkt, vertelt ze later. Zij blijft benoemen, uitnodigend en attent, maar concentreert zich op het volgen van het spel, inschattend dat zij zo de grootste betrokkenheid aan het kind kan tonen. Teveel aankijken of meespelen roept afweer op.
Wanneer het kind alsmaar koekjes uit de trommel pakt, corrigeert Odra dit niet. Ze is oprecht verbaasd zonder er een punt van te maken. Of ze gaat langzaam samen met het kind de regels van deze situatie vaststellen. Belangrijk is dan te zien of je met het kind kunt onderhandelen over regels, of dat het kind slechts in staat is vanuit zijn eigen perspectief de situatie te overzien. Of het voelt het als een verbod en volgt gedwee de regels die Odra voorstelt.
Is het kind verlegen met de situatie of kun je nergens aan merken dat het jouw verbaasde reactie heeft opgemerkt. Sommige kinderen merken het wel op, maar lijken er in het geheel niet door geraakt te worden.
In al deze gevallen gaat het er niet om wat er afgesproken wordt, maar vooral hoe dat gaat: of er oogcontact is, met wat voor intonatie de dingen gezegd worden, of het kind gevoel heeft voor de persoonlijke ruimte. Deze kinderen begrijpen uitstekend de inhoud van boodschappen die ze krijgen. Wat ze niet aanvoelen is het betrekkingsaspect in de communicatie, de emotionele component in de relatie, die niet in taal maar in de lichaamstaal wordt gecommuniceerd.
Het gaat hier over de kwaliteit van het contact, over contactmogelijkheden, emotionele vaardigheden of gewetensontwikkeling. Het zijn ook voor ouders of leerkrachten belangrijke zaken: ook in hun relatie met het kind spelen emotionele, betrekkingsmatige factoren in het contact. Zij raken in de war door de lichaamstaal van hun kind: doet hij het nou expres, lacht hij me uit of vindt hij het alleen maar heel spannend?
Spel en spelcontact met kinderen met een contactstoornis vragen om een andere opstelling van de therapeut.
De analyse van de spelobservatie vindt op drie niveaus plaats:
1. de manier van contact maken en samenspelen
2. de manier van spelen
3. de inhoud van het spel.
De manier van contact maken en samenspelen
Hoe verloopt het contact? Is er samenspel mogelijk? Odra omschrijft de relatie met deze kinderen als volgt:
Deze kinderen geven me vaak het gevoel een beginneling te zijn. Veel van wat ik in een jarenlange praktijkervaring als speltherapeut geleerd heb en wat succesvol is bij andere kinderen, werkt bij deze kinderen niet. Allerlei technieken die ik ken om het spel te helpen ontplooien, te verdiepen en binnen het spel met het kind te communiceren over zijn belevingen lijken geen of een ander effect te hebben.
Een kind met een contactstoornis nodigt je niet uit om mee te spelen. Je krijgt zelden een spelfiguurtje in je handen geduwd of een rol toebedeeld. Je mag toeschouwer zijn. Sommige kinderen zijn zelfs niet bezig met de vraag of je kunt zien en verstaan wat ze spelen. Je krijgt weinig uitleg over wat er gebeurt. (Wel krijg je soms ongevraagd een hele technische verhandeling over hoe een laserpistool werkt.) Bij andere kinderen kan het verwoorden van wat het kind speelt er toe leiden dat het kind meer gaat expliciteren wat er gebeurt en waarom dat zo gebeurt. Een kind met een contactstoornis neemt de wereld waar vanuit zijn eigen perspectief. Het is dus niet bezig met de vraag of jij als therapeut het spel wel kunt volgen. Het weet waarover het speelt en wat er gebeurt, dus weet jij dat ook. Soms lijkt het je verwoordingen of spelsuggesties niet eens te horen. In ieder geval geeft het kind geen signalen terug dat het klopt wat je zegt of dat het iets een goed idee vindt. Wanneer je iets niet helemaal begrijpt en het verkeerd verwoordt, kan een ander kind je corrigeren en nadere uitleg geven. Dat doen deze kinderen niet. Hooguit corrigeren ze je als je niet precies hetzelfde woord gebruikt als zij of een andere klemtoon legt. Toch blijft het belangrijk om zorgvuldig het spel te verwoorden zodat het kind weet dat je het begrijpt.
Het mag duidelijk zijn dat de situatie die de therapeut kan laten ontstaan, behalve uitnodigend en vriendelijk, zo gevarieerd mogelijk moet zijn. En dat de variatie mede afhankelijk is van de keuze die het kind maakt. Empathisch afstemmen op het kind blijft de basis.
Je kunt grenzen verkennen met het kind, maar echte conflictsituaties zijn behalve onveilig ook zinloos. Je krijgt er misschien wel informatie mee, maar deze biedt zelden een beeld van hoe je de conflicten kunt vermijden. Een spelobservatie kan wel het begin worden van een mogelijke speltherapie. Vervelende, moeilijke of ingewikkelde dingen kunnen vanuit zon langdurige spelrelatie altijd nog aan bod komen.
De manier van spelen
Ook de manier van spel en samenspel is voor de therapeut vaak verrassend:
Eén van de meest opvallende zaken vertelt Odra vind ik dat, hoewel hun spel vol spannende en bedreigende situaties zit, deze op een emotioneel neutrale manier worden gespeeld. Ze rapporteren zonder emotionele lading, alsof ze het wel weten maar niet beleven. Dit heeft consequenties voor de manier waarop ik als therapeut kan meespelen. Ik moet niet op heel spannende toon verwoorden wat er gebeurt (dan kan het kind me aankijken alsof het denkt: wat doet die raar). Ik kan ook niet, sterk ingeleefd in een rol, verwoorden wat de spelfiguur beleeft (dus niet heel hard en bang uitroepen hoe eng ik het vind). Ik moet neutraal de gebeurtenis benoemen en ook neutraal benoemen welke gevoelens de spelfiguren erbij kunnen hebben. Ik benoem de gevoelens ook als feiten.
Voorbeeld:
Niet: (op spannende toon) oh.. de marsman grijpt zijn laserpistool, hij richt op het huis… het vliegt helemaal in de fik… goeie hemel, er zijn nog mensen binnen..
Niet: (met paniekstem) help, help!!! Ze schieten op mijn huis, oh vreselijk… alles brandt.. hoe moet ik nu weg… ik weet me geen raad…
Wel: (neutraal) hij richt met zijn pistool op het huis.. het wordt helemaal weggebrand.. als je in dat huis bent kun je daar heel bang van worden.
Er kunnen grote verschillen zijn per kind: het ene kind is zeer overdadig in zijn fantasie en verzint de meest extreme verhalen, het andere pakt alles wat er aan speelgoed te vinden is en zet de hele zandbak vol.
Kijkend naar het kind zelf vallen er ook een aantal dingen op, ook hier weer niet zozeer over wát maar over hóe het kind de dingen doet. Zoals: pakt het gedreven figuurtjes uit de kast? Hoe gevoelig wordt het speelgoed opgepakt? Sommige kinderen kunnen met een fingerspitzengefühl figuurtjes betasten in plaats van ze functioneel op te pakken.
En dan is er nog de verhaaltoon: een kind kan opgaan in de emotionele lading van het spel, het kan vertelen alsof het om een (goedkoop) toneelstuk gaat of het kan emotieloos opsommen wat er gebeurt.
Een vraag is ook of het kind zelf een verhaal maakt of dat het dit samen met de therapeut kan en deze laat meespeen of laat aanvullen.
Tenslotte is nog belangrijk of het verhaal aan iemand wordt verteld: aan de therapeut, aan de camera –alsof het voor de tv gespeeld wordt- of alleen voor zichzelf, aan niemand dus.
De inhoud van het spel
Het spel van kinderen met een contactstoornis gaat zelden over gewone mensen in gewone situaties. Het gaat over ver weg-werelden, anders dan de onze, over sciencefiction of de tijd van de oude Egyptenaren, over de woestijn of wezens in de diepzee. In hun spel komen vaak vreemde figuren voor: mummies en faraos, skeletten, bosgeesten, magiërs, aliëns en vreemdelingen. De gebeurtenissen in het verhaal zijn moeilijk invoelbaar, de wendingen onvoorspelbaar. Vaak lijkt het verhaal eindeloos door te gaan zonder oplossingen voor de conflicten, of de oplossingen komen als wonderen uit de lucht vallen. Er is veel getover en er vinden wonderlijke en onwaarschijnlijke gebeurtenissen plaats.
De inhoud heeft wel met de kern van hun problematiek te maken; onveiligheid en dreiging op een heel basaal niveau spelen een grote rol. Centraal thema is vaak de moeite erbij te horen en je verbonden te weten met anderen: een buitenstaander zijn.
Diagnostisch belangrijke informatie van de spelobservatie in beeld
Van belang hierbij is dat de camera gericht is op interactieve momenten: wie richt zich tot wie of reageert op zie? Het luistert nauw hoe je als cameraman het spel van de therapeut volgt: je moet op elkaar ingespeeld zijn om te zien wanneer er een frictie optreedt in het samenspel tussen kind en therapeut. Wanneer het kind de hulp van de therapeut afwijst bijvoorbeeld, moet de camera bij de therapeut zijn om de teleurstelling te registreren.
Tom (video-interactiebegeleider) zal bij de analyse van de fragmenten dit moment als emotioneel belangrijk selecteren én het als zodanig benoemen. Omdat ze elkaar kennen kan hij tegen Odra zeggen: Zo doe je anders nooit, wat gebeurde er hier waarom je zo vreemd kijkt? Videobeelden kunnen de kwetsbare momenten van iemand heel erg uitvergroten. Je kunt iemand hierbij het gevoel geven dat hij betrapt wat wordt. Waar het om gaat is te erkennen dat die ander het even moeilijk had. Als je dit doet waar de ouders bij zijn, voelen zij zich erkend in hun onmacht en kunnen zij aansluiten met hun ervaringen. Zo ontstaan belangrijke diagnostische informatie over het kind die onmiddellijk gerelateerd is aan manieren om ermee om te gaan.
In gesprek met de ouders
Met videobeelden kun je de emotionele beleving weer actueel maken en een intellectuele diagnose vermijden. Het gesprek over ervaringen met het kind is daarmee heel concreet en actueel. Het is ook voor-bewust. Nog voordat je bedacht hebt wat het voor jou betekent heb je het bij het zien van de beelden al gevoeld. En omdat je niet direct in de situatie zit kun je er over reflecteren.
Wanneer je samen met ouders kijkt naar videobeelden van het spelcontact werk je samen in dezelfde werkelijkheid, die concreet is en gekleurd met dezelfde emoties als toen de situatie speelde. Die emoties kun je delen met de ouders, maar er meteen ook een zekere afstand van nemen. Tegelijk, en dat lijkt een contradictie, kijk je niet naar het verhaal: niet naar het verloop van de gebeurtenissen maar naar de interactie. Het vraagt een zekere discipline om even het spelverloop los te laten en te focussen op de interactie. Microanalyse houdt in dat je een fragment herhaalt met bijvoorbeeld aandacht voor de intonatie. Dan valt op, dat deze intonatie niet, zoals gebruikelijk tussen mensen, gespiegeld wordt. Een spannende, uiterst nieuwsgierige vraag van de therapeut blijkt slechts een opstapje voor het kind om zijn eigen verhaal op dezelfde monotone manier voort te zetten. Hoogstens neemt hij een woord van je over en gaat er zijn eigen weg mee. Je krijgt geen boodschap terug dat het misschien een leuke suggestie was. Het is bovendien de video die het mogelijk maakt niet alleen met je eigen expressie of met die van het kind bezig te zijn maar kijken naar de wederzijdse beïnvloeding. Juist een contactstoornis laat zich dan zien als een verstoring van die beïnvloeding.
De analyse van de beelden levert ook voor de ouders of de leerkrachten belangrijke gespreksstof op: hoe worden zíj in het spel van het kind betrokken? Hoe doet het kind verslag van een ruzie op school of met het zusje thuis? Kan hij alleen spelen? Durft hij boodschappen te doen of een gunst aan de buren te vragen? Allemaal vragen die te maken hebben met durven het aangaan van relaties en met het uitwisselen van emoties.
Tenslotte maken de beelden heel concreet duidelijk dat het voor dit kind onmogelijk zal zijn zich een aantal sociale vaardigheden eigen te maken, omdat hij ze niet spontaan aanvoelt. De weg waarlangs je iets kunt bereiken is ook hier gebruik maken van het cognitieve kanaal van het kind. Het kind zal het gaan begrijpen, nooit aanvoelen.
Ouders worden ontschuldigd door de nieuwe inzichten over de relatie met hun kind
Door op dit niveau de emoties te kunnen delen die de omgang met het kind bij je oproepen ontstaat er een heel respectvolle relatie met de ouders. Enerzijds heb je een gelijkwaardige relatie met hen: je deelt dezelfde ervaringen rond de actuele beelden van hun kind. Anderzijds kun je wat je ziet in de beelden, vanuit jouw ervaring met andere kinderen, generaliseren en in een kader plaatsen. Het ligt niet aan jou als therapeut, ook niet aan de capaciteiten van de ouders. Het heeft er mee te maken dat dit soort uitingen van het kind jou als volwassene op een bepaalde manier in verlegenheid brengen. Dat voel je, nog voor dat je het je bewust bent. Je kunt naar je eigen gedrag kijken vanuit de dingen die het kind bij je oproept. Dat is een heel ander kader dan kijken vanuit het idee hoe je als ouders met je kind hoort om te gaan. Het blijkt niet jouw schuld te zijn dat de relatie zo loopt. Beelden maken het mogelijk de begrippen goed en fout los te laten en inzicht in het contact verloop te krijgen.
Het wordt dan ook duidelijk dat het niet aan jou ligt dat het kind zo doet. Je kunt je als therapeut onmachtig voelen en je afvragen: waarom kan ik van ons spel geen boeiender spel maken? Ouders herkennen die vraag. Zij kunnen er hun ervaringen aan toevoegen: waarom begrijpt hij niet dat ik helemaal ten einde raad ben? of: dan ben je samen heel enthousiast en dan begint hij heel nuchter over iets heel anders. Als je de ervaringen in het spel zo concreet voor je ziet verdraag je het ook beter je eigen ervaringen onder ogen te zien. Je kunt er letterlijk ook beter naar kijken. Het focus ligt niet op jouw verlegen gezicht, je krijgt oog voor het handelen van je kind.
Dit kan tevens enorm helpen om de situatie sneller te herkennen. En dat zorgt ervoor dat je adequater en minder geëmotioneerd reageert. Voor het kind een grote verlichting. Vanuit zijn contactstoornis herkent hij toch al niet zo makkelijk emoties van mensen. Dus hoe neutraler hoe beter. Want ook al herkent het kind de emoties van een ander niet vanzelfsprekend, het kan wel heel gevoelig zijn voor de stemming van die ander. Het kan dit als een afwijzing voelen en er onzeker van worden, en dat zal het afwijkende gedrag nog versterken.
Ouders herinneren zich de andere verhalen met hun kind en maken nieuwe verhalen
Ouders worden creatief in het ontdekken van de goede dingen van hun kind en gaan meer genieten van wat de rijkdom is van hun kind.
Een belangrijk principe in de video-interactiebegeleiding is het doorbreken van nee-reeksen: van de negatieve spiraal waarin de communicatie tussen ouder en kind terecht kan komen. Bij kinderen met een contactstoornis kunnen ouders helemaal vertwijfeld raken omdat de misverstanden steeds groter worden, vaak juist omdat ze zo hun best doen. Het kan heel ontnuchterend zijn om in de beelden te ontdekken dat hun kind zich niet verzet, maar hun reacties gewoon niet begrijpt, er vaak helemaal niet mee bezig is. Dat zijn lachje helemaal niet betekent dat hij je uitlacht. Dat hij hen niet afwijst als hij hen letterlijk de rug toekeert. Zij begrijpen dan dat dit bij de eigenaardigheid van hun kind hoort, die dat allemaal niet met opzet doet.
Videobeelden in close-up en op het juiste moment stil gezet kunnen heel indringend zijn. Vergelijkbaar met een mooie foto. Dat heeft een grote invloed op de toon van het gesprek met de ouders. Je laat hen zien dat de moeilijke kanten van hun kind ook zijn charmes hebben: een heel eigen wereld, niet gehinderd door de verwachtingen van anderen. Een bizarre fantasie, waarachter geen enkele agressie of kwade bedoeling steekt. Als je heel goed naar de expressie kijkt zie je dat de agressieve uitingen meer met angst dan met agressie naar de ander te maken hebben. Je ziet ook dat het kind een concentratie of gevoeligheid heeft voor dingen, waar het zusje, dat je tegelijkertijd in beeld kunt brengen, achteloos aan voorbij gaat. Dan blijkt dat hun moeilijke kind ook een heel bijzonder kind is. Dan herinneren de ouders ook de verhalen van vroeger weer: dat hij heel speciaal kon vertederen. Of ze weten opeens weer dat hij wel heel moeilijk is op school maar tegelijkertijd heel aardig gevonden wordt door de andere kinderen. Dan weten ze ook weer dat zij nog veel duidelijker aan de nieuwe leerkracht op de school de speciale gebruiksaanwijzing van hun kind moeten uitleggen.
Langzaam wordt het probleem van en met hun kind duidelijker: ze hebben geen vervelend kind dat niet wil luisteren, ze hebben een prachtig kind –soms krijgen ze nog een mooie foto mee naar huis- alleen is hij slechts zelden in staat zich in te leven in jou als vader of moeder. Hij begrijpt niet waar je het over hebt als je hem vertwijfeld zegt: Luister nou eens!
Dit artikel is gepubliceerd in:
"Spel werkt, vertel het door"
Uitg. SWP Amsterdam
ISBN 90-665-427-9